VRAGENREEKS 2
1. Wat mag (niet) op een internetpagina?
a. Wat mag inhoudelijk wel/niet op een internetpagina? (tekst, foto’s, beelden,…)
Je mag alle tekst op een site zetten, behalve tekst/boodschappen die aanzetten tot rassenhaat of discriminatie. Je mag geen pornografisch materiaal op je site zetten of een misdaad bekennen.
Zelfgemaakte foto’s mag je op je site zetten. Als er andere personen opstaan moet je toestemming hebben van iedere persoon die op deze foto staat.
Met ingescande foto’s moet opgepast worden, hier kan een beeld op staan dat auteursrechtelijk beschermd zijn en dan mag je deze niet op je site zetten.
b. Hoe zit het met hyperlinks?
Je moet toestemming vragen aan de mensen van een site als je een hyperlink naar hun site wil zetten. Sommige sites willen uitdrukkelijk geen links naar hun site. De hyperlinks moeten volledig worden weergegeven.
c. Sommige websitebeheerders zetten een aansprakelijkheidsbeperking op hun website. Kan dit?
Hier bestaat geen echte wetgeving rond. Het hangt af van hoe duidelijk je dit vermeld en zo. Het zal moeten worden uitgevochten voor het gerecht.
2. Juridische bescherming van domeinnamen
a. Welke soorten domeinnamen bestaan er?
Iedere site op het web heeft een bepaald IP adres. Deze adressen bestaan uit 32-bit nummers, onderverdeeld in vier groepjes. De groepen worden gescheiden door punten. Een IP-adres is bijvoorbeeld: 206.23.61.124.
Nu zijn zulke IP adressen natuurlijk moeilijk te onthouden voor mensen. Daarom heeft men domeinnamen bedacht. Een mens kan immers wel vrij gemakkelijk woorden onthouden. Er is een compleet systeem opgezet waarbij de ingetypte domeinnaam wordt omgezet naar een IP adres, zodat de bezoeker de informatie op het scherm krijgt die zij heeft opgevraagd.
In dit artikel kijken we naar de verschillende soorten domeinnamen die er bestaan op het web.
Top-level domeinnamen
De hoofdgroep domeinnamen die we kunnen onderscheiden zijn de top-level domeinnamen, of first-level domeinnamen. Er zijn twee soorten top-level domeinnamen te onderscheiden:
generieke domeinnamen
landdomeinnamen
Naast deze twee is er nog een speciale soort top-level domeinnaam: .arpa, dat gebruikt wordt voor de infrastructuur van het internet.
Generieke domeinnamen
Op dit moment zijn er 14 generieke domeinnamen: .aero, .biz, .com, .coop, .edu, .gov, .info, .int, .mil, .museum, .name, .net, .org, en .pro.
Van tijd tot tijd worden er nieuwe generieke domeinnamen ingevoerd door het orgaan dat met de toewijzing van top-level domeinnamen belast is, de ICANN. Zo werden onlangs zeven nieuwe generieke domeinnamen ingevoerd, waaronder: .info, .biz en .museum.
Sommige generieke domeinnamen zijn voor iedereen opengesteld. Iedereen kan bijvoorbeeld een .com, .net of .info domeinnaam registreren. Voor andere generieke domeinnamen gelden speciale voorwaarden. Zo is het .museum-domein voorbehouden aan musea en is het .biz-domein alleen bedoeld voor zakelijk of commercieel gebruik.
De generieke domeinnamen zijn dus officieel erkend en zullen dus wereldwijd bereikbaar zijn, ongeacht de gebruikte software. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar verderop in dit artikel zul je zien dat het niet altijd vanzelfsprekend is.
Landdomeinnamen
De meeste landen in de wereld hebben inmiddels een landdomeinnaam. Dit is een unieke, tweeletterige code. Voorbeelden van landdomeinnamen zijn: .nl (Nederland), .de (Duitsland), .jp (Japan), .uk (Verenigd Koninkrijk) en .us (Verenigde Staten).
De meeste landdomeinen worden beheerd door een overheidsorgaan. Sommige landen hebben het beheer van hun domeinnamen uitbesteed aan een bedrijf, waardoor het niet meer op een landdomein lijkt maar meer op een generiek domein.
Een voorbeeld van zo’n uitbesteding vormt het landdomein van het tropische eiland Tuvalu: .tv. Het beheer van de domeinnaam is in handen van een internationaal bedrijf dat een overeenkomst heeft gesloten met de regering van Tuvalu.
Subdomeinen
Tot slot van dit artikel nog iets over subdomeinen. Een bepaalde domeinnaam kan in principe een ongelimiteerd aantal subdomeinen bevatten. Je zou bijvoorbeeld de volgende subdomeinen kunnen aanmaken:
boeken.mijndomeinnaam.be
films.mijndomeinnaam.be
dvd.mijndomeinnaam.be
Een subdomein is dus eigenlijk geen aparte soort domeinnaam. Het subdomein blijft namelijk altijd onderdeel van de hoofddomeinnaam, hierboven mijndomeinnaam.be
b. Wat is het principe betreffende het (wederrechtelijk) registreren van domeinnamen
Elke domeinnaam op het internet is in beginsel uniek, wat voor gevolg heeft dat degene die als eerste een domeinnaam registreert daardoor noodzakelijkerwijs uitsluit dat iemand anders deze naam kan verwerven. Dit resulteert natuurlijk in een grote interesse voor commercieel interessante domeinnamen, die een groot aantal bezoekers zouden kunnen aantrekken. Soms gaat deze competitiedrang echter te ver, en merkt men dat een domeinnaam werd geregistreerd door iemand die geen waardeerbare band heeft met de naam. Meestal heeft de
houder van de domeinnaam enkel als bedoeling de naam door te verkopen voor een aanzienlijke som geld aan een derde die een zeer voor de hand liggende aanspraak heeft op de naam. Men kan dan onder andere denken aan gevallen waarin een gedeponeerd merk als domeinnaam werd geregistreerd door iemand die niet de houder van het merk is. Dit fenomeen noemt men in het computerjargon vaak cybersquatting, en met deze wet wilde de wetgever een juridische oplossing voor dit probleem uitwerken. De wet gebruikt echter nergens de term cybersquatting, maar spreekt over “het wederrechtelijk registreren van een domeinnaam”.
c. Welke Belgische wet/Koninklijk Besluit/Europese Richtlijn is hier van toepassing?
Zoals we hierboven al hebben aangegeven begon de periode van spectaculaire groei van het World Wide Web in de vroege jaren ’90, ruim 10 jaar voor de totstandkoming van deze wet. Het spreekt voor zich dat er zich ook in deze periode problemen stelden met cybersquatters, waarvoor er een juridische oplossing moest worden gezocht. Meestal heeft men daarbij zijn toevlucht gezocht bij de Handelspraktijkenwet en de Merkenwet, die we hieronder verder zullen bespreken. De meeste rechtspraak die voorhanden is over deze problematiek heeft echter geen betrekking op conflicten met cybersquatters, maar over vermeende onterechte weigeringen tot registratie van DNS. Hieruit mag men nochtans niet afleiden dat er in België geen conflicten met cybersquatters waren. Een verklaring vindt men daarentegen wel in de zeer goed werkende bemiddelingsprocedure die DNS voorschreef (en nog steeds voorschrijft) aan zijn klanten. Dit laat toe de meeste conflicten snel af te handelen, zonder gerechtelijke tussenkomst. Ook deze procedure zal verder nog worden behandeld.
Voordat we deze besprekingen beginnen is het belangrijk te wijzen op het
basisprincipe dat geformuleerd wordt in artikel 3: “Deze wet wordt toegepast
onverminderd andere wettelijke bepalingen, meer bepaald elke wettelijke bepaling tot bescherming van merken, geografische aanduidingen en benamingen van oorsprong, handelsnamen, originele werken en alle andere voorwerpen van intellectuele eigendom, namen van vennootschappen en verenigingen, geslachtsnamen, namen van geografische entiteiten, alsook elke wettelijke bepaling inzake oneerlijke mededinging, handelspraktijken en voorlichting en bescherming van de consument.” De Wet op Cybersquatting verhindert de verdere toepassing van de hieronder beschreven beschermingsstelsels dus niet.
· Handelspraktijkenwet
De Handelspraktijkenwet biedt in art. 93 bescherming tegen “elke met de eerlijke
handelsgebruiken strijdige daad, waardoor een verkoper de beroepsbelangen van
een of meer andere verkopers schaadt of kan schaden.” Het is een zeer ruime
bepaling, die dan ook in zeer uiteenlopende materies kan worden ingeroepen.
Onder meer in de zaken van Tractebel en Cockerill-Sambre werd er een beroep
gedaan op de Handelspraktijkenwet. De partijen argumenteerden hierbij dat het
reserveren van een domeinnaam die overeenkomt met een handelsnaam die aan
iemand anders toebehoort, in strijd is met de eerlijke handelsgebruiken. Het Hof
van beroep van Brussel volgde dit standpunt.
· De Benelux Merkenwet (B.M.W.)
Het merkenrecht is een zeer gangbare bescherming voor de intellectuele eigendom in de zakenwereld. Een merk biedt de mogelijkheid om een bepaalde dienst of een bepaald product op een exclusieve manier aan het publiek te presenteren, zodat concurrenten er geen ongeoorloofd gebruik van kunnen maken. Aangezien merknamen dus een sterke identificerende werking hebben, zijn ze zeer aantrekkelijk als domeinnamen, en is zijn ze eveneens een ideaal doelwit voor cybersquatters. De meest relevante bepaling in de B.M.W. is art.13, A., 1, d, dat enigszins ingekort bepaalt:: “Het ingeschreven merk geeft de houder een uitsluitend recht. Onverminderd de eventuele toepassing van het gemene recht betreffende de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan de merkhouder op grond van zijn uitsluitend recht iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken verbieden (…) wanneer dat teken gebruikt wordt anders dan ter onderscheiding van waren, indien door gebruik zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.”
Het spreekt voor zich dat het misbruik maken van andermans gedeponeerde
merknaam eveneens kan worden beschouwd als een daad die strijdig is met de
eerlijke handelsgebruiken, zodat deze schending van de Merkenwet ook aanleiding kan geven tot toepassing van de Handelspraktijkenwet.
VOOR IEDEREEN
3. Licenties
a. Een softwarelicentieovereenkomst is een uitgebreid contract tussen leverancier en klant waarin een aantal clausules zeker dienen aanwezig te zijn. Ga op zoek naar enkele clausules (minstens 3) die in zo’n overeenkomst zitten. Beschrijf eventueel in eigen woorden wat je erin zou zetten.
Voorbeelden van clausules:
1. Voor gebruik op één computer
De Software mag alleen door één gebruiker op één computer tegelijk worden gebruikt. U mag het door de machine leesbare deel van de Software van een computer overdragen naar een andere computer, mits
(a) de Software (inclusief elk deel of elke kopie daarvan) wordt gewist van de eerste computer, en
(b) er geen mogelijkheid is dat de Software wordt gebruikt op meer dan één computer tegelijk.
2. Stand-alone basis
U mag de Software alleen gebruiken op een stand-alone basis, zodat de Software en de functies daarvan alleen kunnen worden gebruikt door personen die zich fysiek op dezelfde locatie bevinden als de computer waarop de Software is geladen. Het is niet toegestaan de Software of de functies daarvan op afstand te bedienen, of de gehele Software of delen daarvan via een netwerk of communicatielijn te versturen.
3. Auteursrecht
De Software is eigendom van Creative en/of haar licentiegevers en wordt beschermd door de Amerikaanse wetgeving op het gebied van auteursrecht en internationale verdragen. Het is niet toegestaan de auteursrechtverklaring te verwijderen van enig exemplaar van de Software of van het eventuele schriftelijke materiaal dat bij de Software is meegeleverd.
· Wat zou ik erin zetten?:
Dit ligt aan het soort software, het doel ervan en het publiek waar het voor gericht is.
Men moet zeker ervoor zorgen dat niemand je kan aanklagen/aansprakelijk houden
voor een of andere reden.
Voor ons project is de ’software’ specifiek gericht voor Fort Eben-Emael, deze mag dus vrij door hun gebruikt worden.